Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

De archieven van het Weldadigheidsbureel en van de Commissie voor burgerlijke hospitiën van Zinnik

Texte petit  Texte normal  Texte grand
13/02/2023 - Onderzoek - Inventarisatie - Publicaties - Rijksarchief te Bergen

De 10,7 strekkende meter archief van het Weldadigheidsbureel en van de Commissie voor burgerlijke hospitiën van Zinnik is geïnventariseerd: een rechtstreekse blik op de acties die van eind 18de eeuw tot 1925 in Zinnik werden genomen ten voordele van de armsten. Het archief is raadpleegbaar in het Rijksarchief Bergen. In 1925 smolten het Weldadigheidsbureel en de Commissie voor burgerlijke hospitiën samen tot de Commissie voor Openbare Onderstand, voorloper van het huidige OCMW.  

Door het decreet van 1 oktober 1795 (9 vendémiaire jaar IV) dat België (de voormalige Oostenrijkse Nederlanden) en het Land van Luik verenigde met Frankrijk trad op 7 oktober 1796 (16 vendémaire jaar V) een wet in voege die in elke gemeente met hospitaalinstellingen een bestuurlijke commissie voor de burgerlijke hospitiën instelde. Elke commissie telde vijf leden die werden benoemd door het gemeentebestuur en die instonden voor het toezicht op de goede werking van de burgerlijke hospitiën.

In 1796 verkreeg de Vommissie voor burgerlijke hospitiën het beheer over het Sint-Jakobshospitaal en het weeshuis.

In 1798 werden alle religieuze gemeenschappen opgeheven en hun goederen werden verbeurd verklaard en verkocht als “nationale goederen”. Nicolas Warocqué (1773-1838) uit Morlanwelz verwierf het klooster van de franciscanessen. In 1806 nam de Commissie voor burgerlijke hospitiën het klooster van hem over in ruil voor andere eigendommen van de grijze zusters (de groentetuinen nabij het gehucht Sint-Antonius in Zinnik, gronden in Petit-Rœulx en renten die werden geïnd op huizen). Door een decreet van keizer Napoleon van 15 november 1810 werden de franciscanessen erkend als hospitaalzusters (samen met de kloosters van de franciscanessen in Hautrage en Blicquy). Deze congregaties werden bevoordeeld omdat ze nuttig werden geacht voor onderwijs en ziekenzorg.

In 1811 stelde de Commissie voor burgerlijke hospitiën van Zinnik 21 hospitaalzusters te werk voor een bevolking van 4668 inwoners. Een document uit 1806 dat in het Rijksarchief Bergen wordt bewaard, in het archiefbestand van de prefectuur van het departement Jemappes, stelt dat hun taken bestonden uit “het beheer van de hospitiën, van de lopende uitgaven, de aankoop van vlees, de bewaring van het brood, algemeen toezicht op alle voorwerpen, en koken. Twee zijn constant aanwezig in de zaal, en in geval van ernstige ziekten zoveel als voor het hospitaal nodig is. De anderen worden ingezet om in de stad zieken te gaan verzorgen en gratis openbaar onderwijs te verstrekken aan arme meisjes”. Op 8 november 1886 kopen de franciscanessen bij een openbare verkoop hun klooster terug van de Commissie.

In 1816 werd in Zinnik een ouderentehuis opgericht. Eerst bevond het zich in de voormalige Sint-Antoniuskluis nabij de Sint-Rochuskapel. Daarna werd het overgebracht naar het kapucijnenklooster, een groot volledig ommuurd gebouw dat in 1826 door de Commissie werd aangekocht. Dankzij royale fondsen van de familie Eloy werd in 1872 aan de Brakelsesteenweg grond aangekocht waarop een nieuw hospitaal werd opgetrokken. Marie-Thérèse Eloy liet bij testament op 9 mei 1853 meer dan 42 hectare grond na aan de weldadigheidsinstellingen. Bij testament van 12 november 1857 liet haar broer Prosper Felix Eloy al zijn goederen, met in totaal 67 hectare land, na aan het ouderentehuis, dat de opdracht kreeg een kapel te bouwen bij het nieuwe tehuis dat moest worden opgetrokken. In 1878 verhuisden de bewoners naar dit nieuwe tehuis. Het oude tehuis werd verkocht in 1880 en de kapel van het nieuwe tehuis werd afgewerkt in 1881. Twee franciscanessen vervingen in 1880 de huismeester voor het dagelijks beheer van de instelling.

In 1888 besloot de Commissie ten noorden van het ouderentehuis aan de Brakelsesteenweg een lazaret te bouwen voor de behandeling van epidemieën en besmettelijke ziekten. Het werd opgericht in 1890 en het jaar nadien omgevormd tot een hospitaal waarnaar de zieken van het Sint-Jakobshospitaal werden overgebracht. In mei 1892 werden de gebouwen van het oude hospitaal verkocht aan verschillende investeerders en het jaar nadien werden ze afgebroken. 

In 1866 werd het oorspronkelijke weeshuis dat in 1583 was aangekocht door Jean Leleup afgebroken en heropgebouwd. In 1891 werd het afgeschaft. De weeskinderen kwamen terecht bij families in Zinnik of in het jongensweeshuis van Gent. De meisjes kregen een onderkomen in het nieuwe ouderentehuis. Twee franciscanessen werden aangesteld voor de leiding van het weeshuis. De stad huurde het oude weeshuis waar vanaf 1892 een teken- en industriële school werd ingericht. In 1906 werd het gebouw aangekocht door de stad. In een tijd van hevige spanningen tussen klerikalen en antiklerikalen werd de aanwezigheid van franciscanessen aan het hoofd van instellingen van de burgerlijke hospitiën (hospitaal, weeshuis, hospice) soms in vraag gesteld, maar ze genoten de steun van de plaatselijke bevolking. In augustus 1908 werd hen door Leon Wincqz (1857-1911), een ondernemer uit Zinnik en lid van de Commissie, verweten dat de weesmeisjes meeliepen in religieuze processies. Maar voorzitter Isidore Gerard gaf wel degelijk toestemming voor de processies van Pinksteren, Sacramentsdag en het feest van Sint-Vincentius.

Het Weldadigheidsbureel

Bij wet van 27 november 1796 (7 frimaire jaar V) werd in elke gemeente een Weldadigheidsbureel opgericht met vijf leden die werden benoemd door het gemeentebestuur, voorgezeten door de burgemeester. Het stond in voor thuiszorg en verving de armentafels uit het ancien régime. In kleinere gemeenten bestond het personeel enkel uit een secretaris en een ontvanger. Soms werd een arts vergoed voor het verzorgen van arme zieken. Tegelijk werden liefdadigheidscomités opgericht om inzamelingen te houden bij de bevolking en in te staan voor de thuisbijstand die werd verstrekt door het bureel. Het Weldadigheidsbureel verkreeg het bezit over de eigendomstitels en inkomsten van religieuze stichtingen.

In 1838 gaf het Weldadigheidsbureel van Zinnik bijstand aan 3000 armen. Het zorgde voor de bedeling van steenkool, brood en bedden en voor de opleiding van arme kinderen. Het beheerde ook de goederen van de stichting van priester Jean Denisart, die de zondagsschool financierde. Vanaf 1867 beheerde de gemeente deze stichting. Van 1879 tot 1902 zorgde het Weldadigheidsbureel ervoor dat arme kinderen gratis onderwijs kregen.

Het Weldadigheidsbureel gaf aan arme kinderen die hun eerste communie deden bonnetjes waarmee ze kleren en schoeisel konden kopen. Dit gebeurde door toedoen van een stichting die was ingesteld door het testament van kanunnik Philippe, overleden op 8 november 1778. En vervolgens via een stichting van Marie-Catherine Eloy, echtgenote van François Joly, overleden in Zinnik op 11 december 1862. Deze grote weldoenster zorgde voor een nalatenschap van 12 hectare grond en een jaarlijkse rente ten voordele van het Weldadigheidsbureel. Kanunnik Jean-Baptiste Lecancelier, de laatste deken van het kapittel, overleed op 26 juni 1834 en liet bij testament van 11 juni 1834 al zijn goederen na aan het Weldadigheidsbureel, aan het ouderentehuis en aan de opleiding van arme kinderen.

De Commissie voor Openbare Onderstand

De organieke wet van 10 maart 1925 over openbare onderstand (Belgisch Staatsblad van 20 maart 1925) voegde in elke gemeente het Weldadigheidsbureel en de bestuurlijke commissie voor burgerlijke hospitiën samen in één orgaan: de Commissie voor Openbare Onderstand. Ze moest instaan voor de algemene dienstverlening inzake openbare onderstand: thuiszorg, hospitaalhulp en de voogdij over vondelingen en weeskinderen.

Inventarissen

De inventarissen zijn online raadpleegbaar. Je kan ze ook downloaden als pdf.

NIEBES Pierre-Jean, Inventaires des archives du Bureau de Bienfaisance (1796-1925) et de la Commission des Hospices civils (1795-1925) de Soignies, reeks Inventarissen Rijksarchief te Bergen nr. 183, publicatie nr. 6272, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 2022.

Ontdek meer archieven over Zinnik

Ontdek meer archieven over weldadigheid en Openbare Onderstand

www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement