Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

19de en 20ste eeuw

Kleine letters  Normale letters  Grote letters

In de 19de en de 20ste eeuw wordt veel informatie systematisch geregistreerd in chronologisch geordende registers (notulen bijvoorbeeld). Daarnaast leiden vooral rechtspraak en fiscaliteit  tot de vorming van bijzonder  omvangrijke dossierstelsels, waarin documenten zaaksgewijs worden geordend (vb. dossiers van de vreemdelingenpolitie). Vooral registers zijn gedigitaliseerd, niet alleen omwille van hun hoge onderzoekswaarde, maar ook omdat ze vaak toegang verlenen tot dossiers.

Notulen van de ministerraad (1918-1985)

De notulen van de Ministerraad vormen een uitermate belangrijke bron voor onderzoek naar de meest uiteenlopende  thema’s zoals de koningskwestie, de schoolstrijd, de onafhankelijkheid van Kongo, de taalgrensproblematiek, enzovoort. De originele documenten, ingebonden per jaar, worden bewaard in de Kanselarij van de Eerste Minister. In totaal gaat het om meer dan 60.000 pagina’s. Een afzonderlijke zoekrobot laat toe om full-text op trefwoord te zoeken en op periode te filteren. Hoewel de kwaliteit van het typeschrift op doorslagpapier niet feilloos is, biedt het full-text zoeken toch heel wat mogelijkheden.

In samenwerking met de Kanselarij van de Eerste Minister.

Bevolkingsstatistieken  (1841-1976)

De ‘Mouvement de la Population’ (in het Nederlands  ‘Loop van de bevolking’) vormt een unieke reeks van 717 registers en 23.000 tabellen met bevolkingsstatistieken uit de periode 1841-1976, die tot op het niveau van de gemeente uitgewerkt zijn. België was in de negentiende eeuw koploper op het vlak van bevolkingsstatistiek: nergens anders in Europa zijn er zulke oude, homogene en gedetailleerde bevolkingscijfers beschikbaar. Voor alle Belgische gemeenten brengt deze bron gegevens samen uit de registers van de burgerlijke stand (geboorten, huwelijken, overlijdens); bevolkingsregisters (vertrek en aankomst in de gemeente, vorige verblijfplaats, bestemming); registers van doodgeborenen; doodsoorzakenregisters (vanaf 1851, naar aanleiding van de cholera-epidemie in de jaren 1840; registers van vertrek (1866) en aankomst (1900); vreemdelingenregisters (vanaf 1933)

Registers van fabrieks- en handelsmerken (1879-1970)

De toenemende industrialisering en commercialisering leidden in de loop van de 19de eeuw tot meer overheidsreglementering. Zo voorzag de wet van 1 april 1879 in een algemeen kader voor de registratie van merken. Het exclusieve gebruik van merken door ondernemingen moest voortaan geregistreerd worden, zowel bij de plaatselijke rechtbank van koophandel als bij de nationale overheid.  Een dergelijke inschrijving verleende exclusieve rechten met betrekking tot het gebruik van een bepaald teken voor de aangeboden waren of diensten.

De bulk van het archief van de Dienst Handels- en Nijverheidseigendom/Fabrieks- en handelsmerken van het Ministerie van Economische Zaken bestaat uit chronologisch geordende, meestal geïllustreerde processen-verbaal van neerlegging van merken. Als iconografische documenten, aanvankelijk vaak in Art Nouveau of Art Deco stijl, vormen die merkdepots een uitgelezen bron voor de geschiedenis van de reclame en de mentaliteitsgeschiedenis in het algemeen. De 36 chronologisch geordende registers van fabrieks- en handelsmerken (1879-1970), die toegang geven tot de processen-verbaal, zijn integraal gedigitaliseerd.

Notulen van de Filmkeuringscommissie (1921-1992)

In 1920 mondde het debat tussen voor- en tegenstanders van de ‘cinema’ uit in de Wet Vandervelde. Voortaan kon de filmindustrie op vrijwillige basis films voorleggen aan een keuringscommissie bij het Ministerie van Justitie, die drie adviezen kon geven: kinderen (- 16 jaar) toegelaten, kinderen niet toegelaten, of kinderen toegelaten mits het knippen van de gewraakte passages.

Het archief van deze Filmkeuringscommissie geeft een indringend beeld van de manier waarop geweld/criminaliteit en seks/erotiek in de loop van de twintigste eeuw gepercipieerd werden. Bij de start in 1922 was het oordeel van de commissie vaak erg streng. De volgende decennia kwam het taxeren van de invloed van film op het kind centraal te staan. In 1992 werd de laatste ‘coupure’ opgelegd. Meer dan 70 jaar lang werd knippen in films als een normale praktijk beschouwd. De reeks notulen met nauwkeurige opgave van de te knippen passages (inventarisnrs. 85-121, 1921-1992) vormen een opmerkelijk tijdsdocument.

Nationaal Instituut voor de Landbouwkunde in Belgisch-Congo (NILCO) (1933-1962)

Het NILCO (1933-1962) groeide in de jaren 1950 uit tot het vlaggenschip van het koloniaal overheidsapparaat in Belgisch-Congo en Rwanda-Urundi. Anders dan zijn voorganger, de Regie der Plantages van de Kolonie (Repco, 1926-1933), had deze organisatie een uitgesproken wetenschappelijk karakter. Naast het onderzoekscentrum in Yangambi, dat internationale faam genoot, richtte het NILCO over het hele grondgebied van Belgisch-Congo en Rwanda-Urundi onderzoekscentra op, waar diverse landbouwtechnische aspecten werden bestudeerd. De onafhankelijkheid van Congo in 1960 en van Rwanda-Urundi in 1962 maakte een abrupt einde aan de opgebouwde expertise, die volgens critici enkel de belangen van een grootschalige en exportgerichte landbouw had gediend.

Het grootste deel van het archiefbestand handelt over het beheer en de activiteiten van de stations. De collecties foto's, glasplaten, kaarten en plattegronden werden gedigitaliseerd.

www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement