Een nieuwe inventaris maakt de testamenten, boedelinventarissen en sterfhuisrekeningen toegankelijk van bijna 900 personen uit de Antwerpse kerkelijke wereld. Samen bestrijken deze documenten meer dan vijf eeuwen geschiedenis, van 1302 tot 1842.
Deze documenten uit het archief van de Antwerpse kathedraal geven een verrassend persoonlijke blik op de mensen achter de Antwerpse kerkgeschiedenis.
De testamenten werpen licht op het familiaal, persoonlijk en emotioneel netwerk van de erflaters. De boedelinventarissen staan dan weer toe om hun leefomgeving te bestuderen. Welke meubels stonden in welke kamer? Welke schilderijen hingen aan de muur? De beschrijvingen van kunstwerken, soms met de namen van de kunstenaars erbij, zijn belangrijke bronnen voor de kunstgeschiedenis. Welke boeken pronkten in hun bibliotheek? De vermeldingen van auteurs en titels maken het op hun beurt mogelijk om de intellectuele wereld van erflaters te reconstrueren. Als boedels werden verkocht en het ‘koopboek’ bewaard bleef, kan je tot slot ook de waarde van hun spullen nagaan.
Vooral kanunniken en kapelaans van de kathedraal komen voor, maar ook priesters van andere Antwerpse kerken. De reeks bevat stukken met betrekking tot sleutelfiguren uit de kerkelijke wereld in Antwerpen, zoals 23 dekens (hoofden van het kapittel), 20 plebanen (organisatoren van het parochieleven in de stad), 18 cantors (hoofden van het kerkgezang) en 4 zangmeesters. De namen van humanist Aubertus Miraeus, deken Silvester Pardo of kerkhistoricus Nicolaus Diercksens doen vandaag misschien minder een belletje luiden, maar klonken in hun eigen tijd als een klok! Ook leken komen voor in de reeks, zoals een kleermaker uit 1379, een brouwer uit 1665 of een buildrager (havenarbeider) uit 1723.
Traditioneel wordt de kerk voorgesteld als een mannenwereld, maar vrouwen speelden duidelijk een cruciale rol. We vinden niet minder dan honderd vrouwen in dit archiefbestand terug, als schenkers van goederen aan de kerk, stichters van missen, begijnen of geestelijke dochters, maar ook als zussen, nichten of concubines van de kanunniken.
Bijzonder is ook dat een aantal rijke kanunniken met een deel van hun nagelaten kapitaal een studiebeurs stichtte, doorgaans bestemd voor personen uit hun familie. Deze beurzen werden soms gedurende meerdere eeuwen uitgekeerd. De reeks bevat verschillende rekeningen van het beheer van deze beurzen.
De testamenten werden opgesteld door notarissen, die in de middeleeuwen een notarismerk bij hun naam zetten, een persoonlijke kalligrafische tekening met veel krullen en versieringen.
Hoe is dit archiefbestand ontstaan? Het machtige kapittel van de Antwerpse kathedraal oefende het toezicht uit op de sterfhuizen van al zijn leden en op alle Antwerpse parochiekerken. De Antwerpse kanunniken en kapelaans hadden de verplichting om een testament op te stellen. En na hun overlijden moest een inventaris van het sterfhuis worden opgemaakt.
De inventaris van deze archiefreeks is een mooie stap vooruit in de ontsluiting van het rijke archief van de Antwerpse kathedraal.
De inventaris
OSTERBOSCH Michel en DECEULAER Harald, Inventaris van de testamenten, inventarissen en rekeningen van sterfhuizen bewaard in het archief van de kathedraal van Antwerpen (‘Capsa Testamentorum’) (1302-1819 (1842)), reeks Inventarissen Rijksarchief Antwerpen nr. 119, publicatie nr. 6670, Brussel, Algemeen Rijksarchief, 2026.







