Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Archeologie in Huppaye: de archiefbronnen

Texte petit  Texte normal  Texte grand
13/02/2026 - Onderzoek - Rijksarchief te Namen

Drie jaar intensief archeologisch onderzoek in Huppaye wordt van 7 tot 15 maart 2026 belicht in een tentoonstelling in de Commanderie de Chantraine. Emmanuel Bodart, diensthoofd van het Rijksarchief Namen, legt de doorslaggevende rol van de archieven in dit proces uit.

Het gebruik van archiefbronnen is van onschatbare waarde voor archeologen. Ze kunnen helpen bij de identificatie van opgegraven overblijfselen, bij de beschrijving van chronologische fasen die worden gekenmerkt door het ontbreken van materiële sporen en bij het in context plaatsen van de locatie.

Archiefbronnen met betrekking tot een bepaalde opgravingsplaats beschrijven op het moment van hun productie een specifieke of algemene situatie, waardoor soms identificatiegegevens kunnen worden verstrekt die nuttig zijn voor het historisch begrip. Alvorens ze te gebruiken, moet de bron kritisch worden bekeken om te weten waarom ze is opgesteld. Zodra de context van de archiefvorming bekend is, kunnen de gegevens worden gebruikt om de gerapporteerde realiteit zo nauwkeurig mogelijk te begrijpen en te vergelijken met de gegevens die uit de archeologische opgraving naar voren zijn gekomen.

Op verzoek van het Waals Erfgoedagentschap voert het Rijksarchief al meer dan tien jaar historisch onderzoek uit over opgravingssites in Wallonië. Het Rijksarchief bewaart immers het grootste deel van de archieven die nuttig zijn voor archeologisch onderzoek. Een vruchtbare samenwerking tussen historici-archivisten en archeologen leidt tot een betere kennis van de sites en verfijnt de interpretatie van de opgegraven overblijfselen. Het doel is om in een vroeg stadium bij te dragen aan de archeologische diagnose en in een later stadium aan de wetenschappelijke publicatie van de studie van de opgegraven site.

Het behoud van archiefbronnen doorheen de geschiedenis is geen consistent gegeven, maar afhankelijk van het bewustzijn hierover van instellingen, families, particulieren... Hoewel het behoud van historische archieven voor ons vanzelfsprekend lijkt, is dat niet altijd het geval geweest. Een archiefvormer kon op een bepaald moment oordelen dat zij of hij de documenten niet meer nodig had en besluiten ze weg te gooien. En zelfs wanneer documenten op rationele wijze werden bewaard, konden gebeurtenissen zoals oorlogen, natuurrampen of ongevallen soms leiden tot onomkeerbaar verlies van archieven. Bovendien heeft de schrijfcultuur zich niet op uniforme wijze ontwikkeld. De bewaring van geschreven bronnen hangt samen met het gebruik van het schrift binnen de betrokken gemeenschappen.

Wanneer de bronnen talrijk genoeg zijn over een lange tijdsperiode, is een van de voorkeursmethoden een retroactieve aanpak: vertrekken van de huidige bronnen die een vertrouwde hedendaagse situatie weerspiegelen en vervolgens teruggaan in de tijd, met bijzondere aandacht voor de fasen die door de archeologie zijn vastgesteld. Dit is echter niet altijd mogelijk vanwege tekstuele hiaten, vooral bij onderzoek naar het platteland. In dat geval moet zo veel mogelijk informatie worden verzameld die chronologisch dicht bij de gegevens uit de opgravingen ligt, zodat verbanden kunnen gelegd worden.

Zo hebben de relatieve chronologie van de fasen van de kerk, zoals aan het licht gebracht door de opgravingen, en de gegevens uit de schaarse bewaarde bronnen het mogelijk gemaakt een geloofwaardige hypothese te formuleren over de stichting ervan. De aanwezigheid van een familie uit Huppaye, van wie meerdere leden in de tweede helft van de 12de eeuw ministerialen waren van de graven van Duras, heren van Jodoigne, en de akte van schenking van de tiende van de plaats aan de Hospitaalridders in 1173, pleiten voor een vroegere ontwikkeling van een leengoed, logischerwijs voorzien van een kapel. De overdracht van de kerk van Jodoigne aan de Hospitaalridders en de bouw van de commanderij van Chantraine in Huppaye door hen verklaren waarom de reeds bestaande kapel aan hen werd verbonden.

Het ontbreken van de kerk van Huppaye in de rekeningen van de parochie Saint-Médard van Jodoigne kan worden verklaard door een relatieve autonomie, die in de loop der tijd werd verworven en tot uiting kwam in het bestaan van een kerkfabriek, wat in 1530 door een tekst wordt bevestigd. Naast het ontvangen van de lokale parochianen voor de zondagsdienst, heeft de kapel ook een funeraire functie, wat wordt bevestigd door de aanwezigheid van een vrij vroege begraafplaats, die door archeologisch onderzoek aan het licht is gekomen en voor het eerst wordt vermeld in datzelfde document.

De bewaarde archieven en plattegronden bevestigen dat de oude kerk, die een volwaardige parochiekerk was geworden maar in zeer slechte staat verkeerde, tussen 1763 en 1766 werd afgebroken, waarna de huidige kerk de parochianen verwelkomde.

Verder onderzoek van de bewaarde bronnen zou ongetwijfeld bepaalde contextuele elementen over het leven in Huppaye onder het ancien régime kunnen verfijnen. Het zou bijvoorbeeld interessant kunnen zijn om de armentafel (een parochiale instelling die verantwoordelijk was voor de hulpverdeling) van de plaats te bestuderen, waarvoor we vanaf de 17de eeuw over talrijke bronnen beschikken. Tegelijkertijd zou een systematische analyse van de notariële akten van Jodoigne en omgeving, bewaard in het Rijksarchief Louvain-la-Neuve, de gegevens over eigenaars in Huppaye vanaf de 16de eeuw kunnen aanvullen. Heuristisch onderzoek heeft ook het nog niet geïnventariseerde archiefbestand van de buitengewone beden van het hertogdom Brabant, bewaard in het Rijksarchief Brussel, geïdentificeerd. Dit zou informatie kunnen bevatten over de omleiding van de Sint-Jansbeek, die door cartografische bronnen wordt bevestigd.

Een meer onzekere piste is het onderzoeken van privéarchieven die momenteel nog niet zijn geïdentificeerd. De ervaring met archieven leert dat onbekende documenten soms weer opduiken en nieuwe onderzoeksmogelijkheden bieden. Een terreinonderzoek bij families die in Huppaye bezittingen hebben of hadden, zou mogelijk de herontdekking van archiefbestanden kunnen opleveren die vooruitgang kunnen brengen in de kennis van het lokale grondgebied en gegevens kunnen onthullen die nuttig zijn voor het begrijpen van de site, ten minste tussen de 17de en 20ste eeuw.

Deze perspectieven voor aanvullend onderzoek blijven echter bescheiden, omdat Huppaye, zoals vaak bij andere plattelandsgemeenten, in de bewaarde archieven ruim ondergedocumenteerd blijft.

Meer info over de expo

www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement