De overbrenging van het archief van het Ontvangkantoor der Directe Belastingen van Sint-Lambrechts-Woluwe vormde de aanleiding voor een terugblik op twee eeuwen Belgische fiscaliteit: van een belasting op deuren en vensters tot leveringen aan de vijand tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Tot aan de Eerste Wereldoorlog was het Belgische belastingstelsel relatief eenvoudig en geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie. Belastingen werden geheven volgens draagkracht, niet meer volgens rang of stand. Het Kadaster bracht percelen en eigenaars in kaart en bepaalde het kadastraal inkomen, dat als basis diende voor de grondbelasting. Daarnaast bestond er een personele belasting, gebaseerd op uiterlijke tekenen van welstand, zoals het aantal deuren en vensters van een woning. Handelszaken, vrije beroepen en industrie betaalden een patentrecht. Samen vormden deze heffingen de 19de-eeuwse ‘directe belastingen’. Daarnaast waren er tal van indirecte belastingen, zoals registratie-, hypotheek-, zegel- en successierechten.
De Eerste Wereldoorlog stortte België in een diepe financiële crisis. Delen van West-Vlaanderen lagen in puin en de Belgische industrie was grotendeels ontmanteld. Tegelijk stegen de overheidsuitgaven door nieuwe sociale wetgeving en subsidies voor woningbouw. De regering Delacroix voerde daarom in 1919 in snel tempo een nieuw belastingsysteem in. België was hiermee het laatste West-Europese land waar belastingen op inkomsten hun intrede maakten. Het nieuwe stelsel omvatte de grondbelasting, mobiliënbelasting en bedrijfsbelasting, aangevuld met een zogenaamde ‘supertaks’ op het globale inkomen. Een belangrijke vernieuwing was de verplichte belastingaangifte. De hogere belastingdruk en strengere controles leidden echter tot groeiend anti-fiscaal protest.
De acute geldnood van de overheid werd niet meteen opgelost. De belastingadministratie was onderbemand en slecht uitgerust om de vele aangiften te verwerken. Pas in 1926 werd opnieuw een begrotingsoverschot bereikt, vooral dankzij nieuwe indirecte belastingen zoals de overdrachtstaks, hogere belastingtarieven, de privatisering van de spoorwegen en gunstige internationale financiële markten. In 1930 volgden belastingverlagingen en werd de supertaks vervangen door een mildere aanvullende personele belasting. Dat bleek een misrekening: het begrotingstekort liep op tot 10 % van het bruto binnenlands product. In 1933 werd daarom een ‘tijdelijke’ nationale crisisbelasting ingevoerd, die tot na de Tweede Wereldoorlog van kracht bleef. De jaren 1930 waren tijden van politieke, economische én financiële malaise …
Ook de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte zware financiële ontwrichting. Tijdens de naoorlogse muntsanering, beter bekend als de ‘Gutt-operatie’, werden belastingen geheven op overmatige oorlogswinsten en economische samenwerking met de vijand. Hoewel deze los stonden van gerechtelijke vervolging, werden ze in katholieke en liberale kringen ervaren als fiscale repressie, die vooral landbouwers, middenstanders en industriëlen trof.
Een grondige hervorming volgde pas in 1962 met de invoering van de personen-, rechtspersonen- en vennootschapsbelasting en de belasting niet-inwoners. Dit systeem vormt, ondanks de regionalisering van verschillende heffingen en taksen, nog steeds de basis van het Belgische belastingstelsel.
Het archiefbestand van het Ontvangkantoor der Directe Belastingen van Sint-Lambrechts-Woluwe, recent geïnventariseerd, biedt een representatief beeld van de werking van Belgische ontvangkantoren kort na de Tweede Wereldoorlog.
Archieven van andere ontvangkantoren zijn eveneens te raadplegen via onze online zoekomgeving AGATHA. In de toekomst worden door de SATURN-archiefploegen nog archieven van andere belastingkantoren van de FOD Financiën overgebracht naar het Rijksarchief.
De inventaris
De inventaris werd opgenomen in onze online zoekomgeving AGATHA. Via onze webshop kan je een gratis pdf-versie verkrijgen.
VROMAN Ciel, Archief van het Ministerie van Financiën. Administratie der Directe Belastingen : Ontvangkantoor van Sint-Lambrechts-Woluwe : Overdracht 2024 (1945-1986 (vnl. 1946-1966)), reeks Inventarissen Rijksarchief Brussels Hoofdstedelijk Gewest nr. 103, publicatie nr. 6624, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 2025.






