Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Aardbeving in Japan van 1923: hulp aan de slachtoffers

Texte petit  Texte normal  Texte grand
20/12/2018 - Inventarisatie - Rijksarchief te Brussel

1 september 1923, 11.58u, de vlakte van Kanto, Japan. Honshu, het belangrijkste eiland van het Land van de Rijzende Zon, wordt getroffen door een aardbeving met een magnitude van 7,9 tot 8,4. Ook steden met een grote bevolkingsdichtheid zoals Tokio en Yokohama worden zwaar getroffen. Honderdduizenden inwoners en gebouwen verdwijnen in de catastrofe, die wereldwijd wordt gevolgd. In een tijd waarin van grote reddingsoperaties nog geen sprake was, komt toch solidariteit op gang met het lijden van een bevolking die zich aan het andere eind van de aardbol bevindt. Vrijwilligster Véronique Brasseur heeft het archief bestudeerd dat hierover wordt bewaard in het Rijksarchief te Brussel.

Op initiatief van de Belgische regering wordt in 1923 in elke provincie onder voorzitterschap van de gouverneur een hulpcomité voor de Japanse slachtoffers opgericht. Sommige gemeenten richten ook plaatselijke comités in. Bovendien is er een nationaal comité dat onder de hoge bescherming staat van de koning en de koningin, de graaf van Brabant en de hertog van Vlaanderen. De verantwoordelijkheid voor deze initiatieven ligt bij de comités van het Rode Kruis.

In Brabant wordt op 2 oktober 1923 in de Eikstraat 22 in Brussel een provinciaal hulpcomité voor de Japanse slachtoffers opgericht. Elke gemeente van Groot-Brussel is erin vertegenwoordigd door haar burgemeester. Het provinciaal comité van Brabant wordt voorgezeten door de provinciegouverneur, baron Beco.

De leden van de provinciale comités beschikten over alle vrijheid en onafhankelijkheid om op de meest gepaste manier fondsen te werven. Tot hun leden behoorden burgemeesters, afgevaardigden van het Belgische Rode Kruis, vertegenwoordigers van de pers, directeurs van grote theaters, afgevaardigden van de federaties van koor-, muziek- en theatergezelschappen, afgevaardigden van arbeidersbewegingen, een vertegenwoordiger van de federatie van oud-strijders en een vertegenwoordiger van de nationale federatie van oorlogsinvaliden (Rijksarchief te Brussel, brief van 25 september 1923 van het provinciebestuur van Brabant aan diverse instanties).

Rondom de comités ontstaan afdelingen die verschillende evenementen opzetten om fondsen in te zamelen ten voordele van de slachtoffers van de aardbeving. De afdeling van de schouwburgdirecteurs van de hoofdstad wil een collectief feest organiseren waarbij ook de grote Brusselse winkels zich zouden aansluiten. Ingevolge onvoorziene moeilijkheden organiseerde elke schouwburg (waaronder De Munt, Alhambra, Galeries, Gaité, Molière, Folies-Bergères, Parc, Vaudeville, Théâtre des Capucins, Vlaamse Schouwburg, Marais, Olympia, Scala…) uiteindelijk een eigen geldinzameling en feestelijkheden. De afdeling haalde in totaal BEF 13.500,29 op. De Fédération nationale des Cercles dramatiques de Langue française was eveneens van de partij.  

Een tiental cinemazaaluitbaters had eveneens toegezegd om mee te doen aan een actie die was uitgedacht door M. Coppejans, voorzitter van de beroepsvereniging voor de cinematografie. Zijn doel? 30 tot 40.000 filmtickets verkopen. De deelnemende cinema’s waren  Pathé Palace, Pathé Nord, Coliseum, Albertum, Cinema Oud Korenhuis, Midi Palace, Tivoli, High Life, Royal,  Queen’s Hall, Empire. Door tijdsgebrek werd het project echter afgeblazen en werd voorkeur gegeven aan plaatselijke initiatieven. Vier bioscopen ( Queen’s Hall, Capitool, Le Floréal en Royal) uit de gemeente Ukkel organiseerden rechtstreekse omhalingen in hun zalen. Deze acties brachten in totaal BEF 1.334,73 op. Andere instellingen uit verschillende gemeenten namen eveneens deel aan de gezamenlijke inspanningen, zoals bijvoorbeeld  Cinema Trocadéro, Pathé Beurs…

Ook verschillende arbeidersorganisaties overwogen om een gezamenlijke actie op te zetten, maar ook dit project werd afgelast, om in plaats daarvan inzamelingen te organiseren tijdens buitengewone vergaderingen van elke organisatie afzonderlijk.

De oud-strijders namen deel aan de activiteiten van de plaatselijke comités en de pers zorgde voor berichtgeving over de initiatieven van de provinciale comités. Er werden intekenlijsten en individuele inschrijvingsbulletins verspreid. De persorganen die de oproep van de provinciegouverneur van Brabant beantwoordden, waren onder andere La Nation Belge, L’Etoile Belge, L’Indépendance Belge, Le Peuple, La Dernière Heure, La Gazette, La Libre Belgique, Le XXème Siècle, L’Eventail

Ook sportverenigingen namen deel aan de acties. Onder hen bijvoorbeeld de Koninklijke Belgische Voetbalbond, de Koninklijke Belgische Zwembond, de Belgische Wielrijdersbond, de Belgische Atletiekliga…

Er ontstonden ook spontane initiatieven. Zo liep de stad Leuven bijvoorbeeld vooruit op de oproep van gouverneur Beco en organiseerde ze reeds in de dagen onmiddellijk na de berichtgeving over de ramp een inzamelactie die werd gehouden door brancardiers en verpleegsters van het plaatselijke Rode Kruis.

Naast geldinzamelingen werden ook allerhande evenementen georganiseerd, zoals concerten, kunstavonden, wedstrijden, ... Enkele voorbeelden:

  • De stad Brussel en de Muntschouwburg organiseerden op 27 oktober 1923 een liefdadigheidsfeest.
  • Van 28 oktober tot 1 november 1923 werden overal in Brabant Japanse dagen gehouden, waar het publiek Japanse vlaggetjes kon kopen. De verkoop van 180.975 van dergelijke vaantjes bracht BEF 62.621,27 op.
  • Op 19 november 1923 organiseerde het Comité du Cercle des Intérêts matériels du Centre een liefdadigheidsconcert in de Madeleinezaal in de Dusquenoystraat.
  • In de gemeente Elsene werd een speciale dag gehouden waar kinderen van de vrije gemeentescholen aan huis vlagjes en insignes verkochten.
  • Van 29 oktober tot 19 december 1923 werden veertien lezingen georganiseerd, zowel in het Nederlands als in het Frans.

In 1924 werd een balans opgemaakt van al het geld dat na de verschillende oproepen was  ingezameld. De bedragen per arrondissement waren: 

  • Brussel : BEF 276.952,82.
  • Leuven : BEF 46.150,59.
  • Nijvel : BEF 32.870,75.

De provincieraad van Brabant kende een subsidie van BEF 421.230 toe. Daarnaast waren er ook stortingen op de rekening van het provinciaal comité, waarmee het eindtotaal op een indrukwekkende BEF 1.126.064,51 werd gebracht.

Officiële  balans van de catastrofe  

Op 30 augustus 1926 werd een officieel verslag over de ramp in Japan publiek gemaakt. Het maakte melding van 141.720 doden en 580.397 verwoeste gebouwen. In sommige artikels uit 1924 werd gewag gemaakt van 400.000 doden.

De ellende was niet alleen te wijten aan de aardbeving zelf. Talrijke mensen vonden de dood door branden, algemene paniek en valse geruchten over de Koreaanse gemeenschap in de getroffen regio,  die misbruik zou maken van de chaos om te plunderen en te rantsoeneren en zelfs om waterputten te vergiftigen en branden terug aan te steken, hetgeen leidde tot lynch- en slachtpartijen.   

Officieuze cijfers uit die tijd maken melding van 1,9 miljoen daklozen en de schade werd geraamd op meer dan één miljard Amerikaanse dollar (aan de huidige waarde). De giften uit België waren wellicht een druppel op een hete plaat, maar de Japanse overheid was niettemin geroerd door de solidariteit vanuit ons kleine koninkrijkje.

Archief

Rijksarchief te Brussel

  • Archief van de provincie Brabant. Provinciebestuur. Neerlegging 1933-1938, nr. 41.

Rijksarchief te Bergen

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement